Babbel en Lees Voor

Wat

Je leest samen met een groep deelnemers een boek, een verhaal, een gedicht. De begeleider leest luidop, de deelnemers volgen de tekst.. Samen met de deelnemers verken je de tekst. Deelnemers oefenen Nederlands via het lezen van de tekst en het praten over de tekst. Het verhaal of het boek en het leesplezier werken verbindend tussen de deelnemers. Lezers herkennen bepaalde elementen of gevoelens in de tekst. Door te merken dat andere lezers hetzelfde herkennen - of juist niet -, krijgen deelnemers nieuwe inzichten. Kennis over auteur of boek is niet nodig en ze moeten het boek op voorhand niet gelezen hebben.

Doel

De deelnemers

  • ontmoeten elkaar in een gemoedelijke sfeer en leren elkaar kennen
  • lezen teksten, gedichten, een boek (in eenvoudige taal)
  • praten over de tekst en over hun gevoel, ervaringen, reflecties bij de inhoud van de tekst

Duur

90 minuten

Voor wie

Anderstaligen die graag lezen en praten over boeken en gedichten.

Begeleider

De begeleider

  • hoeft geen literaire voorkennis te hebben
  • houdt van lezen, gedichten en boeken

Materiaal

Kies mooie teksten, teksten waar je zelf achter staat. Je vindt verschillende boekjes in eenvoudige taal.

Boekjes in eenvoudige taal

Je vindt dit materiaal in

  • Taalpunten van 
    • Bibliotheek Vredegerecht
    • Bilbiotheek Couwelaar
    • UiThuis Hoboken
    • Bibliotheek Permeke
    • Bibliotheek Elsschot Linkeroever
    • Bibliotheek Luchtbal
  • docAtlas – Carnotstraat 110 – 2060 Antwerpen

Extra materiaal

Voorbereiding

  • Bepaal hoeveel sessies je wilt geven.
  • Bepaal waar je de sessies wilt geven. Zoek een geschikte ruimte voor max 10 deelnemers. Kies een ruimte met een gezellige sfeer om te lezen, waar je koffie en thee kan zetten, waar mensen zich goed en welkom kunnen voelen.
  • Bepaal wanneer je de sessies wilt geven. Best niet tijdens de schoolvakanties.
  • Voer promotie.
  • Schrijf (indien nodig) deelnemers in. (maximum 8 à 10 per groepje)
  • Bepaal voor jezelf en je groep een aantal afspraken of regels over:
    • op tijd komen, luisteren naar elkaar
    • duur van de sessie,
    • aanwezigheid: of deelnemers best elke sessie aanwezig zijn, bij het voorlezen van een boek is dit belangrijk.
  • Kies voor de sessie verhalen die aansluiten bij de leefwereld en het taalniveau van je publiek.
  • Ontleen je materiaal in de bib, een Taalpunt of docAtlas.
  • Lees alle verhalen, gedichten of liedjesteksten op voorhand een aantal keren door. Lees net voor de sessie het verhaal of gedicht nogmaals goed door.
  • Verdeel de tekst in verschillende delen en stel bij elk deel enkele vragen op. In het begin stop je regelmatig, soms na 2 alinea’s om te checken of de deelnemers de tekst begrijpen. Duid op voorhand al verschillende stopjes aan en bereid verschillende vragen voor. Het is belangrijk om in de tekst met de deelnemers op zoek te gaan naar herkenningspunten voor hen.
  • Zorg voor voldoende kopieën van elk verhaal en elk gedicht dat je wilt voorlezen. Je kunt het beste de verhalen in de juiste volgorde nieten. Pas op met recto/verso. Sommige deelnemers hebben het soms moeilijk om meteen de juiste pagina te vinden.

Activiteit

Bij de start van elke sessie

  • Ontvang de deelnemers hartelijk en serveer koffie/thee met een koekje.
  • Deel de teksten uit.

Bij de eerste sessie

  • Leg het doel uit van de reeks: Jij leest voor, de groep praat over de tekst, iedereen luistert naar elkaar, deelnemers mogen ook luisteren en praten. Vertel welke verhalen en gedichten jullie zullen lezen of welk boek jullie tijdens de reeks zullen lezen.
  • Zeg duidelijk dat deze sessie geen Nederlands les is, wel een manier om Nederlands te oefenen. Er wordt gelezen, gepraat. Ervaringen worden gedeeld.
  • Geef ook de regels/afspraken die je vooraf bepaalde. Herhaal de regels ook even vooraf bij elke volgende sessie.
  • Doe een korte kennismakingsronde. (Kort omdat deelnemers komen om te lezen. Zorg ervoor dat je hier max 30’ aan besteed. Hou hier tijdens de eerste sessie rekening mee en kies een korter verhaal.) Je kunt ook naamkaartjes geven
  • Ga na of er nog vragen zijn.
  • Begin de sessie.

SamenLezen 

De begeleider leest voor, de deelnemers volgen. Na enkele alinea’s stop je om te checken of de deelnemers de tekst begrijpen. Zorg ervoor dat je bij elk deel vragen stelt en zorgt voor interactie. Wanneer iemand een woord niet begrijpt, vraag dan de andere deelnemers om te helpen het woord te verklaren.

Na deze eerste lees- en gespreksronde ga je terug naar de tekst en lees je verder..

Aandachtspunten bij het lezen

  • Sommige deelnemers geven verschillende reacties, anderen luisteren meer. Dat is allemaal oké. Deelnemers mogen zwijgen en enkel luisteren. Na een tijdje wanneer iedereen zijn plekje in de groep gevonden heeft, zullen de meeste deelnemers spontaan hun inbreng hebben.
  • Zorg voor voldoende pauzes in de tekst. Dat geeft rust en kans aan de deelnemers om de tekst goed te begrijpen. Stiltes zijn belangrijk.
  • Praat traag en algemeen Nederlands. Gebruik eenvoudige woorden. Kijk deelnemers geregeld aan tijdens het leesproces.
  • Ga delicate onderwerpen niet uit de weg, maar behoed je om je eigen mening te zeggen. Wat zeker kan is: ‘Niet iedereen denkt er zo over.’ Als begeleider begeleid je het proces. Hou jezelf als persoon op de achtergrond. Dat werkt drempelverlagend voor de deelnemer om zelf iets te kunnen vertellen.
  • Geef de deelnemer geregeld een complimentje voor hun inbreng: bv ‘Dat heb je mooi gezegd.’ Of ‘Ik hoor je zeggen dat … dat is fijn. Dat had ik niet gezien.’
  • Bedank de deelnemers voor hun inbreng.
  • Speel in op lichaamstaal van deelnemers: bv ‘Waarom lach je? Wou jij iets zeggen?
  • Leg reacties van deelnemers ook voor aan de groep: bv ‘Vinden jullie dat ook? Heeft nog iemand dit gevoeld?
  • Lees geregeld ook eens een stukje opnieuw. Dit creëert duidelijkheid in de context. Zo wordt er minder ingegaan op woorden die niet begrepen worden;

 Mogelijke vragen bij de verschillende tekstdelen of alinea’s

  • Begrijp je de tekst? Wanneer de deelnemers een aantal woorden niet begrijpen, dan verklaar je die. Let wel: het is niet de bedoeling om woordje per woordje alles te verklaren. De grote lijnen van de tekst moeten wel duidelijk zijn.
  • Wat gebeurt er?
  • Wat weet je al?
  • Over wie gaat het?
  • Wat vind je van de tekst?
  • Heb jij dit al meegemaakt?
  • Herken je dit in je eigen leven?
  • Wat voel je dan? Waarom?
  • Gebeurt dit ook in jouw land?
  • Herkent iemand anders dat ook?
  • Wat doe jij in deze situatie?

Via deze vragen weet je of de deelnemers de tekst begrijpen. Ze leggen de verbinding met hun eigen leven.

  • Wat weet je over persoon y of z?
  • Welk personage voel je het beste aan? Waarom?
  • Zijn er woorden, zinnen die je opvallen? Waarom?
  • Welke beelden krijg als je dit leest?

 Na elke vragenronde ga je terug naar de tekst.

Mogelijke vragen na een volgend stukje tekst

  • Wat gebeurt er?
  • Had je dit in de tekst verwacht? Waarom wel, niet?
  • Wat denken, voelen de mensen nu?
  • Herken je dat?
  • Voel jij dit ook? Hoe komt dat?
  • Zie je dat ook? Waarom wel/niet?
  • Zou jij dit ook zo aanpakken? Waarom wel/niet?
  • Wat doe jij in deze situatie? Waarom?

Na de vragen ga je terug naar de tekst.

Lees een gedicht voor na +/- 70 minuten

Mogelijke vragen

  • Wat vind je van het gedicht? Waarom?
  • Herken je iets in jouw leven?
  • Wat voel je? Waarom?
  • Heb je zelf al een gedicht geschreven? Waarover?

Sluit de sessie af na +/- 90 minuten

  • Vraag de deelnemers wat ze ervan vonden. Was het een boeiend verhaal/gedicht? Wat sprak hen aan? Willen ze voor volgende sessie een gelijkaardig verhaal? Wat interesseert hen vooral?
  • Pas je geselecteerde verhalen zo nodig aan de noden en wensen van de deelnemers aan.

Geef nogmaals alle concrete info voor de volgende sessie door: datum, uur, locatie, …