
Vanaf ![]()
Vanaf ![]()
Vanaf ![]()
De deelnemers zingen Nederlandstalige liedjes en oefenen zo hun Nederlands. Samen met de deelnemers verken je de tekst van het lied. Samen zingen en praten over de inhoud van liedjes en wat zingen teweeg brengt, werkt verbindend tussen de deelnemers.
Een elfje is een gedicht dat bestaat uit 11 woorden. Je maakt samen kennis met een elfje en stapsgewijs maak je met de groep zelf elfjes.
Je maakt samen pannekoeken.
Je maakt samen soep. Je oefent in een eerste sessie de woorden en zinnen van het recept samen in. In een tweede sessie herhaal je de woorden en zinnen en maak je de soep.
Je maakt samen wafels. Je oefent in een eerste sessie de woorden en zinnen van het recept samen in. In een tweede sessie herhaal je de woorden en zinnen en maak je de wafels.
Je draait de memory-kaarten om en je benoemt het voorwerp. Je oefent woorden op een plezierige manier. Je kan dit ook gebruiken als energizer.
Je naait samen. Tijdens het naaien wordt er gezellig gebabbeld. Handwerk heeft als voordeel dat je mekaar niet hoeft aan te kijken, zo voelt niemand zich geviseerd.
De deelnemers naaien met de hand gevulde hartjes van restjes stof. De hartjes worden versierd met siersteken, knopen, lovertjes, kraaltjes, franjes.
Je naait wekelijks samen aan een werkstuk naar keuze. Tijdens het naaien wordt er gezellig gebabbeld. Handwerk heeft als voordeel dat je mekaar niet hoeft aan te kijken, zo voelt niemand zich geviseerd.
De deelnemers vertellen persoonlijke verhalen aan de hand van een lapje stof. Je naait de lapjes aan elkaar en vertelt tegen elkaar je persoonlijk verhaal. Het eindresultaat is een patchwork groepswerk.
Je praat over Belgische gebruiken bij het op bezoek gaan. Je kijkt naar een fragment uit het TV programma ‘Komen eten’ en vergelijkt dit met je eigen gewoontes.