Alle activiteiten zijn geannuleerd tot de regels tegen corona stoppen.

Wil je thuis Nederlands oefenen?

  • Oefen online of mobiel.
  • Lees kranten, tijdschriften, nieuwsbrieven.
  • Kijk naar Nederlandstalige televisie en films.
  • Volg Open Inloop Taal via Facebook.

Voeding groenten en fruit

Wat

De deelnemers benoemen groenten en fruit en praten over de eigenschappen. Je speelt ‘wat is het?’ en domino.

Duur

2 uur

Voor wie

Materiaal

Activiteit

Introductie

Laat een A4 foto van een groente of fruit zien. Vraag de deelnemers: Wat zie je? 

Stel gerichte bijvragen als het nodig is:

  • Is dit groente of fruit?
  • Welke kleur heeft het?
  • Welke vorm heeft het?
  • Hoe eet je het?
  • Welke smaak heeft het?
  • Eet je het graag/veel/…?

Neem 2 foto’s van fruit of groente met eenzelfde eigenschap. Bv. Wortel + pompoen : allebei oranje - Tomaat + appel : allebei rond en rood.

Geef de 2 foto’s aan één deelnemer. Deze deelnemer kiest 1 van de twee foto’s zonder het te zeggen aan de anderen.

De andere deelnemers stellen vragen om te weten te komen welke van de 2 het is.  De deelnemer met de 2 foto’s mag enkel met ja/nee antwoorden.

Herhaal hetzelfde met de andere foto’s.

Speel Wat is het?

Als alle foto’s behandeld zijn, geef je iedereen een blad met alle groenten/fruit erop. Speel per twee volgens het principe van ‘wie is het’:

  • Maak een cirkel rond één van de groenten of fruit. Hou je blad dicht bij jou zodat niemand het kan zien.
  • Ga per 2 zitten.
  • Stel vragen aan de andere over de groente of het Bijvoorbeeld: Is het een groente? Is het fruit? Is het groen? Is het rood? Is het klein? Is het groot? Is het zoet?
  • De andere mag enkel met ja / nee antwoorden.
  • Als je weet wat het is dan mag je het zeggen. Daarna draai je de rollen om.

Speel domino

  • Speel in groepjes van 3 of 4 deelnemers.
  • Geef elke deelnemer een viertal domino-kaartjes.
  • Een eerste kaart wordt omgedraaid. 
  • De eerste deelnemer probeert één van zijn kaartjes eraan te leggen en maakt een goede zin, bijvooreeld: 'Ik leg een tomaat aan een appel: ze zijn allebei rond.'
  • Als de zin niet juist is, moet de deelnemer zijn kaartje terugnemen.
  • De eerste die al zijn kaartjes kwijt is, wint.

www.nederlandsoefenen.be/antwerpen/meedoen