Alle activiteiten zijn geannuleerd tot de regels tegen corona stoppen.

Wil je thuis Nederlands oefenen?

  • Oefen online of mobiel.
  • Lees kranten, tijdschriften, nieuwsbrieven.
  • Kijk naar Nederlandstalige televisie en films.
  • Volg Open Inloop Taal via Facebook.

Sociale media

Wat

De deelnemers

  • begrijpen wat sociale media zijn.
  • maken kennis met de Facebook pagina van Open Inloop Taal of van een ander initiatief.
  • leren de voor- en nadelen van het internet.
  • maken kennis met berichten en emoticons op Facebook.

Duur

2 sessie van 2 uur

Voor wie

Ook geschikt voor groepen met gemengd niveau - analfabete deelnemers

Materiaal

Druk op voorhand af

Activiteit

Sessie 1 Een verkennend gesprek met pictogrammen over sociale media 

Leg de pictogrammen op tafel en vraag de deelnemers welke gekend zijn.

Neem een A3 papier en schrijf in het midden 'sociale media'. 

Bespreek onderstaande vragen in de groep. Zorg dat iedereen aan het woord komt.

Schrijf antwoorden kort op het A3 papier rond het woord 'sociale media'.

  • Welke sociale media kennen jullie? Leg de pictogrammen die de deelnemers niet kennen even weg.
  • Wat doe je op het internet of op de computer? Doe een rondje. Schrijf de antwoorden op een bord.
  • Wat doe je met bijvoorbeeld youtube, whatsapp, … ? Filmpjes kijken? Foto’s bekijken? Het nieuws volgen? Schrijven naar vrienden/ familie? …
  • Welke sociale media gebruiken jullie kinderen?
  • Wat doen je kinderen op het internet? Informatie opzoeken voor schoolwerk, huiswerk maken op een intranet van school, lezen, chatten,… .
  • Welke sociale media gebruik je dagelijks?
  • Gebruik je iets dat hier nog niet tussen staat? Bv: viber, …
  • Toon de facebookpagina van Open Inloop Taal of een ander initiatief.

Het begrip sociale media en internet is voor sommige deelnemers moeilijk en te abstract. Probeer daarom vooral te bespreken wat ze op hun smartphone/ computer doen.

 

Sessie 2 Voor-en nadelen, emoticons en berichten sociale media

Bespreek de voor- en nadelen van sociale media. Schrijf alle antwoorden op een grote flip over. (Lees vooraf ter inspiratie enkele voorbeelden).

Vraag 'Wat kan je op facebook zetten? Foto’s? Een bericht?'

Laat de deelnemers de verschillende emoticons zien van facebook. Vraag per emoticon 'Welke emotie is deze emoticon?'

Elke deelnemer krijgt een exemplaar van de emoticons.

Vertel dat je met de emoticons kan reageren op een bericht.

Toon de verschillende voorbeelden van Facebookberichten via een beamer of op papier.

Lees een bericht voor. Vraag: Welke emoticon kies jij als reactie? Wijs ernaar op je papier.

De deelnemers wijzen telkens naar hun emoticon. Vraag waarom. Vergelijk de reacties met elkaar.

Geef elke deelnemer het document met lege Facebookberichten.

Schrijf per 2 een eigen bericht om op Facebook te plaatsen. Zet deelnemers die niet (goed) schrijven bij iemand die wel kan schrijven.

Ieder duo laat zijn bericht aan de groep zien. De andere deelnemers reageren door naar een emoticon te wijzen. Vraag waarom ze zo reageren. Vergelijk de reacties.


www.nederlandsoefenen.be/antwerpen/meedoen