Alle activiteiten zijn geannuleerd tot en met 19 april wegens het coronavirus.

Wil je thuis Nederlands oefenen?

  • Oefen online of mobiel.
  • Lees kranten, tijdschriften, nieuwsbrieven.
  • Kijk naar Nederlandstalige televisie en films.
  • Volg Open Inloop Taal via Facebook.

Brei of haak

Wat

Je breit of haakt wekelijks samen aan een werkstuk naar keuze. Iedereen mag deelnemen, van absolute beginner tot gevorderde. Ook wie niet wil handwerken maar graag meekijkt is welkom. Je biedt samen met ervaren deelnemers technische ondersteuning in de vorm van uitleg, voordoen, samendoen. Tijdens het handwerk wordt er gezellig gebabbeld. Handwerk heeft als voordeel dat je mekaar niet hoeft aan te kijken, zo voelt niemand zich geviseerd.

Duur

2 uur

Voor wie

Voor iedereen, beginner of gevorderde, met interesse in haken of breien. (hoeven niet allemaal anderstaligen te zijn).

Begeleider

De begeleider

  • heeft ervaring met haken en breien óf doet dit samen met een geëngageerde deelnemer met ervaring.
  • houdt van gezellig samen handwerken en babbelen.

Materiaal

  • breipriemen, haaknaalden, scharen
  • wol
  • boekjes over techniek, boekjes met eenvoudige voorbeelden
  • eventueel vertaalhulp bij moeilijke beschrijvingen
  • stoelen, zeteltjes, eventueel tapijt en poefjes voor een gezellig effect
  • een tafeltje
  • koffie, thee, water en koekjes
  • kaft met beeldmateriaal over wol, breien en haken
  • Breiramen

Voorbereiding

  • Zet stoelen en zetels in een kring.
  • Leg het handwerkmateriaal binnen handbereik op een tafeltje.
  • Zet koffie, thee, water en koekjes klaar.

Activiteit

Eerste sessie

  • Start met een korte kennismakingsronde.
  • Bevraag de verwachtingen van de deelnemers. Laat iedereen kort antwoorden.
    • Wil je haken of breien?
    • Kan je het al goed of wil je het graag leren?
    • Wat wil je graag maken? (heb je zelf een idee of maak je graag één van de voorbeelden)
    • Voor wie wil je iets maken?
    • Wil je misschien ook samen werken aan een project?
  • Op basis van deze informatie beslis je samen met de groep hoe jullie werken: ieder een eigen project of een gezamenlijk doel.
  • Om te helpen kiezen voorzie je als begeleider een paar voorbeelden:
    • een eenvoudige muts
    • een eenvoudige sjaal
    • amigurumi figuurtjes
  • Maak duidelijke afspraken over het tijdstip van de handwerkclub en op welke wijze de deelnemers best verwittigen als ze niet kunnen komen.

Elke sessie

  • Als begeleider zorg je er enerzijds voor dat deelnemers technische ondersteuning krijgen als ze er nood aan hebben. Anderzijds zorg je voor de sfeer van gezelligheid en faciliteer je de onderlinge gesprekken. Stel vragen en zorg voor interactie. Wanneer iemand een woord niet begrijpt, vraag dan de andere deelnemers om te helpen het woord te verklaren.
  • Voorzie oefenwol voor deelnemers die eerst wat techniek willen oefenen. Neem de tijd om de techniek te tonen, te laten proberen, bij te sturen. Indien een andere deelnemer met ervaring de rol van ondersteuner opneemt, moedig dit dan aan.
  • Gevorderde handwerkers kunnen zelfstandig starten. Beginners help je om aan het gekozen project te beginnen.
  • Begin elke sessie met het uitdelen van koffie en koekjes en vraag steeds om het handwerk te tonen. Sta uitgebreid stil bij ieders prestaties, toon het aan elkaar, nodig uit om elkaars werk te bewonderen. Een warme enthousiaste sfeer is cruciaal.
    • Hoe heet je? Heb je kinderen? Werk je?
    • Wie heeft jou leren breien/haken?
    • Wat maak je graag?
    • Voor wie maak je soms iets?
    • Met wie brei je graag samen?
    • Welke kleuren gebruik jij graag?
    • Wat zou je graag eens leren maken?
  • Stimuleer ook gesprekken over techniek.
    • Hoe zet jij op?
    • Hoe wissel jij van kleur?
    • Hoe doe je dat?
    • Waar gebruik je het voor?
    • Is het moeilijk?

Tips

  • Bied vooral eenvoudige technieken aan. Als het technisch moeilijk is, of als je vaak steken moet tellen, dan kunnen deelnemers niet vrij praten.
  • Sommige mensen zijn echt op zoek naar breiles, ze verwachten bijna individuele ondersteuning en aandacht. Dat is soms moeilijk te bieden als de groep groot is. Probeer duo’s te vormen door ervaren mensen naast beginners te zetten en moedig aan om elkaar te helpen.
  • Voor mensen met leerproblemen is de techniek van breien of haken te moeilijk. Begrippen als voor, achter, eerst, nadien, alles wat structurerend werkt of waar concentratie bij nodig is, kan te moeilijk zijn. Als je na een paar pogingen merkt dat het echt niet lukt, of als de frustratie van de deelnemer te groot is, gebruik dan breiramen (zie foto bij materiaal). Dit werkt als een gewone ‘punnik’. Het is een haalbare methode voor iedereen. Benadruk dat dit heel losjes moet gebeuren, als de draad te strak zit, loopt het vast.
  • Om tot voldoende ‘babbel’ te komen, moeten er ook deelnemers zijn die al wat Nederlands praten. Absolute beginners moeten zeker niet geweerd worden, maar ze moeten voldoende kunnen luisteren naar het Nederlands van anderen.
  • Gebruik de kaft met beeldmateriaal over wol, breien en haken voor beginners om gesprekken te kunnen voeren over kleur, kledingstuk, maat, materiaal.
  • De babbel en brei groep werkt ideaal als je ook Nederlandstalige breisters laat deelnemen. Dan wordt er gegarandeerd veel gebabbeld en moet je als begeleider niet de hele tijd de conversatie op gang houden. De uitwisseling van technieken uit verschillende culturen werkt heel inspirerend en motiverend. Ook de Nederlandstalige deelneemsters genieten van deze speciale breigroep en komen regelmatig.
  • Voorzie voldoende en gratis breiwol. Je kan een oproep doen in de buurt voor gratis wol. Nodig de gevers uit om te komen kijken en een kopje koffie mee te drinken.
  • Maak samen een flyer met een oproep ‘wij zoeken nog wol’.
    • Bespreek wat er in moet staan, laat iemand schrijven, laat iemand een foto maken.
    • Spreek af wie de tekst uittikt en zorg voor voldoende prints.
    • Misschien willen de deelnemers zelf wel flyers bussen of uithangen in de eigen straat.
  • Leg een ‘breiboek’ van de groep aan. Zie voorbeeld
    • Maak een foto als een breiwerk af is. Ook de maakster komt in beeld als ze dat wilt.
    • Vraag om uit te leggen hoe het item gemaakt werd.
    • Noteer samen hoeveel wol je nodig hebt, welke maat van priem, hoeveel steken je opzet, wanneer je meerdert, …
    • Noteer stap voor stap de te gebruiken techniek. Bij complexe technieken kan je foto’s maken van elke stap.
    • Maak een documentje met foto en uitleg en deel het uit de volgende keer dat de groep samenkomt. De maakster zal heel fier zijn en sommige andere deelnemers zullen graag de beschrijving ontvangen. Niet iedereen zal de beschrijving kunnen lezen, maar de maakster kan dan weer helpen bij de uitvoering…

      Heb je een aantal beschrijvingen? Verzamel ze in een eigen breiboekje.

Einde sessie

  • Ga bij elke deelnemer langs en vraag
    • Wat vond je leuk?
    • Wat vond je lastig?
  • Bedank iedereen en doe een rondje om te zien of iemand wil tonen wat hij/zij vandaag gedaan heeft.
  • Vraag wie er volgende week terugkomt.
  • Vraag ook of ze nog iemand kennen die ze graag willen meebrengen.

www.nederlandsoefenen.be/antwerpen/meedoen