Babbel en Vertel een verhaal

Wat

Je ontdekt samen met een groep anderstaligen de magie van vertellen en oefent zo het Nederlands. De oefeningen bereiden je deelnemers voor op het zelf vertellen van een gekoesterd verhaal of een verhaal dat ze niet willen laten verloren gaan.

Doel

De deelnemers

  • ontmoeten elkaar in een gemoedelijke sfeer en leren elkaar kennen
  • vertellen verhalen
  • praten over hun gevoel, ervaringen, reflecties bij de verhalen

Duur

2 uur per sessie

Voor wie

Anderstaligen die graag vertellen.

Begeleider

De begeleider

  • hoeft geen voorkennis te hebben
  • houdt van vertellen

Materiaal

Voorbereiding

 

  • Bepaal hoeveel vertelsessies je wilt organiseren met je deelnemers.
  • Bepaal waar je de sessies wilt geven. Zoek een geschikte ruimte voor max 10 deelnemers. Kies een ruimte met een gezellige sfeer om te vertellen, waar je koffie en thee kan zetten, waar mensen zich goed en welkom kunnen voelen.
  • Bepaal wanneer je de sessies wilt geven. Best niet tijdens de schoolvakanties.
  • Voer promotie.
  • Schrijf (indien nodig) deelnemers in. (maximum 8 à 10 per groepje)
  • Bepaal voor jezelf en je groep een aantal afspraken of regels over:
    • op tijd komen,
    • duur van de sessie,
    • aanwezigheid: of deelnemers best elke sessie aanwezig zijn, bij het voorlezen van een boek is dit belangrijk.

Kies voor de sessie verhalen die aansluiten bij de leefwereld van je publiek.

Activiteit

 Start

  • Doorbreek de gewone gang van zaken. Alle tafels aan de kant. De stoelen ervoor in een wijde kring. Het doorbreken van de gewone gang van zaken wekt verwachtingen, maakt wat losser en vrijer om iets anders te gaan doen. Idem de ijsbrekers: de spelletjes tussendoor.
  • Zet koffie, thee, water en koekjes klaar.
  • Ontvang de deelnemers hartelijk en serveer koffie/thee met een koekje.
  • Leg het doel uit van de reeks.
  • Geef ook de regels/afspraken die je vooraf bepaalde.
  • Doe een korte kennismakingsronde. (Zorg ervoor dat je hier max 30 minuten aan besteed.)
  • Ga na of er nog vragen zijn.
  • Begin de sessie.

Ijsbrekers

Begin elke sessie met een opwarmertje om de tongen los te krijgen.

Elk verhaal heeft een naam

  • Verdeel de groep in kleine groepjes.
  • Elk groepje bespreekt de volgende vragen:
    • Wie heeft je jouw naam gegeven? Waarom?
    • Wat vond je van je naam als kind? Wat vind je nu van je naam?
    • Welke betekenis heeft je naam?
  • Daarna vertellen de deelnemers in de grote groep wat hun buurman/vrouw heeft verteld.

Verzin samen een fantastische straat ...
Je oefent op verzinnen en onthouden.

  • Schrijf de volgende zin op bord: In Rome is een straat met ...
  • De deelnemers lezen de zin en voegen er telkens een element toe.
  • Alle deelnemers komen aan bod, sommen op wat voorgaande deelnemers al bedachten en voegen er hun eigen fantasie aan toe.
  • Ga tot 10 deelnemers en begin dan opnieuw.
  • Bijvoorbeeld: In Rome is een straat met een zilveren paleis, mooie gekleurde mensen, veel lawaai, tien groene bomen, grote terrassen, toeristen met camera's, een hoge fontein, duizend gele zonnebloemen, rode scooters en chique winkels

 Verhalen maken …

  • Maak per twee je woord voor woord een verhaal. Per 2 voelt veiliger en intiemer aan. Eindopdracht: maak op dezelfde manier een moraal van één zin aan je verhaal. Deze moraal wordt in de grote groep gebracht (een kort rondje).
  • Werk per twee aan een verhaal: de ene start een verhaal en de andere geeft telkens na een aantal zinnen een woord dat de eerste in het verhaal moet gebruiken.
    Hoe doe je dat?
    • via het vertellen van een herinnering
      Deelnemers vertellen in groepjes. Daarna kies je er enkele verhalen uit. Deelnemers vertellen een verhaal van een andere deelnemer. De andere deelnemers raden over wie het gaat.
      • Wat is je eerste herinnering van toen je nog een kind was?
      • Aan welke plek, plaats in de wereld heb je een speciale herinnering? Bespreek in groepjes: Wat kon je er zien? Wat kon je er ruiken? Wat kon je er horen? Waarom is de plek speciaal voor jou?
      • Wat voelde je bij de eerste sneeuw, de eerste kus, …
      • Vertel een emotioneel verhaal met een dier/familielid, waar ben je bang voor, beschaamd, ...
      • Vertel een droom, een geheim, een vervulde wens, …
      • Wat is voor jou een gekoesterd voorwerp en waarom?
    • via anekdotes over een vreemde maaltijd, iets dat je verloren/terug gevonden hebt, iets dat je gedaan hebt wat niet mocht,
    • via geheugenkaarten: maak een kaart over een plek waar je als kind veel tijd doorbracht, die je als een leuke herinnering ervaart, teken de kaart, hoe zag de plek eruit, waar kon je je verstoppen, wie kwam daar, waar was het precies, was er een geheim, een ongeval, .. Belangrijk hierbij is dat je doorvraagt naar verschillende elementen op de kaart.
    • Maak een woordspin en vertel: Teken dit op een groot blad papier met een aantal kernwoorden en vertel over iemand die veel voor je betekend heeft. De deelnemer  schrijft de persoon op het midden van een blad en zet er kernwoorden omheen. Aan deze kernwoorden hangt hij/zij het verhaal op.
    • via geuren en de tastzin:
      • per 2: vertel een kort verhaaltje aan iemand bij de herinnering aan een geur (breng verschillende geuren mee die herinneringen kunnen uitlokken en laat ook deelnemers geuren meebrengen )
      • wissel van groepje: de deelnemers vertellen het verhaal van de andere in het 2de groepje en voegen er ander element aan toe bv een emotie…
      • via foto’s:
        - oude foto's van zichzelf + de herinnering beschrijven van dat moment
        - foto’s van The Family of Man: deze foto’s zijn heel herkenbaar wat betreft emoties en levensfases over de hele wereld, vertel een verhaal bij deze emotie.
      • via verhalen aan elkaar doorvertellen
        • per 2: deelnemers vertellen een persoonlijk verhaal via één van de technieken
        • wissel van groepje: de deelnemers vertellen het verhaal van de andere in het 2de groepje en voegen er ander element aan toe bv een geur, emotie, iets met zintuigen,... Hij of zij is dan ‘eigenaar’ van het verhaal en mag het aanpassen en verrijken. Dat laatste is trouwens de bedoeling van deze methodiek.
        • Tenslotte vertelt ieder het laatste vertelde verhaal in de grote groep. Meestal zijn deelnemers zeer nieuwsgierig om te horen om zijn/haar verhaal is veranderd.

Einde

  • Vraag de deelnemers wat ze ervan vonden.
    • Vond je het vertellen aan elkaar interessant?
    • Wat sprak je aan? Wat vond je bijzonder?
    • Wil je over specifieke verhalen praten? Wat interesseert je heel erg?
  • Als je nog één of meerdere sessies geeft rond vertellen, geef dan nogmaals alle concrete info voor de volgende sessie door: datum, uur, locatie, …