Spreek duidelijke taal

Wat

  • Spreek langzaam en duidelijk, maar blijf natuurlijk spreken
    Articuleer goed, benadruk belangrijke woorden en pauzeer tussen de zinnen. Neem je tijd.
  • Gebruik visuele ondersteuning
    Wijs aan of gebruik foto's. Omdat de anderstalige ziet wat je bedoelt, zal hij ook gemakkelijker vragen stellen. 
    Demonstreer wat je bedoelt.
    Hou altijd oogcontact als je iemand aanspreekt.
  • Pas op met spreektaal en dialect
    Spreektaal of dialect is dikwijls moeilijk, ook voor hogere niveaus. Bijvoorbeeld ‘doe da ne keer, hebde da gezien, efkes oefenen, pakt ne stylo’. Natuurlijk hoef je geen stijf, onnatuurlijk Nederlands te spreken. Spreektaal is zeker leerzaam. Doseren is hier belangrijk.
  • Spreek langzaam, duidelijk, met eenvoudige woorden en in korte, grammaticaal juiste zinnen.
    Vermijd Tarzantaal.
    Niet: Jij morgen komen naar hier met papier.
    Beter: Kom morgen terug. Breng het papier mee.
  • Vermijd figuurlijk taalgebruik
    Wees je ervan bewust dat anderstaligen figuurlijke taal moeilijker begrijpen.

FIGUURLIJK

DUIDELIJK

Je zal dat snel onder de knie hebben.

Dat hangt af van (de hoeveelheid)…

Tijd vliegt

aan de lopende band

’t Is alleszins de moeite waard.

Ik kan daar in komen.

Op voorhand

Je zal dat snel kunnen.

Als (je met veel bent), dan …

De tijd gaat snel

constant

Je moet dat absoluut doen.

Ik begrijp dat.

Ervoor / vooraf

  • Gebruik internationale woorden
    Gebruik woorden die in meerdere talen (bijna) hetzelfde zijn.

NIET INTERNATIONAAL

INTERNATIONAAL

afzeggen

bellen

letterkunde

raadplegen

op de hoogte houden

gevoelens

onderwerp

gesprek

mening

annuleren

telefoneren / contacteren

literatuur

consulteren

informeren

emoties

thema

dialoog

opinie


Nog meer tips?

Vraag een vorming aan bij atlas.


www.nederlandsoefenen.be/antwerpen/meedoen