België

Wat

De deelnemers praten met elkaar over België aan de hand van foto's.

Duur

1 uur

Voor wie

Ook geschikt voor gemengde niveaus en analfabete deelnemers

Materiaal

Druk een set spreekkaarten België af per 2 deelnemers. Knip de kaartjes.

Activiteit

Introductie

Neem een kaartje en vraag aan een deelnemer ‘Wat vind je van …’. De andere deelnemers kijken en luisteren.

Check of de deelnemers alle woorden begrijpen. Bijvoorbeeld ‘Wat vind je van het klimaat in België?’

  • Stel een open vraag om het begrip te checken (geen ja/ nee vraag ): bijvoorbeeld Wat is klimaat?
  • Wijs naar het prentje. Wat zie je?
  • Vraag aan andere deelnemers om het woord uit te leggen. Wie kan vertellen wat klimaat is?
  • Geef zelf een voorbeeld: Het is meestal koud of warm. Het regent dikwijls of het regent weinig. Vraag daarna aan de groep: Wie kan er nog voorbeelden geven?
  • Stel daarna opnieuw de vraag: ‘Wat vind jij van het klimaat in België?’
    Als de deelnemer met 1 woord antwoordt, dan herhaal jij dit in een volledige zin.
    Bijvoorbeeld:
    - Deelnemer: ‘slecht’
    - Jij herhaalt: ‘Je vindt het klimaat slecht. Waarom vind je het klimaat slecht?’
    - Deelnemer: ‘koud en veel regen’
    - Jij herhaalt: ‘Je vindt het klimaat in België slecht omdat het veel koud is en veel regent?’

Stel bijvragen en vraag door: ‘Is het alleen slecht of vind je het klimaat in België soms ook goed?’ ‘Wanneer vind je het goed?’

Betrek de anderen en zorg dat de meesten eens aan het woord komen: ‘Vinden jullie dit ook?’ ‘Jij knikt ja. Vind je dit ook?’

Babbel per 2 over België

Zet de deelnemers per 2. Geef een set kaarten per duo.

Geef de instructie: Je neemt een kaart en stelt vragen aan de ander. Iemand stelt vragen. De ander geeft antwoorden. Wissel daarna om.

Loop zelf rond en help de duo’s als ze iets niet begrijpen of als het gesprek niet op gang komt.

Babbel in groep over België

Overloop daarna de antwoorden in grote groep. Stel per kaartje bijvragen en betrek iedereen in het gesprek. De deelnemers mogen zelf ook bijvragen stellen aan elkaar.

  • Waarom vind je dit?
  • Denken jullie hetzelfde?
  • Ga je soms naar een frituur? Naar welk frituur ga je dan?
  • Ben je al eens naar de zee geweest? Naar welke plaats? Wanneer? Met wie?

Let op
Het gesprek kan uiteraard ook uitmonden in een ander onderwerp. Dit is prima! De prioriteit is dat de deelnemers het onderwerp interessant vinden.
Blijf doorlopend controleren of iedereen alles begrijpt zoals hierboven beschreven.


www.nederlandsoefenen.be/antwerpen/meedoen